11 May, 20:02, 46 x viewed
Samen met de honden loop ik over de Turkse boulevard. Links van me de Golf van Izmir, aan de overkant de heuvels waartegen hele wijken zijn gebouwd. Luxe appartementen aan de waterkant en heuvelopwaarts worden de straten kronkeliger, de huizen smaller, kleiner, rommeliger, kapotter en uiteindelijk gaan ze minder en minder op huizen en meer en meer op stallen lijken. De kleuren vagen uit, alsof het een oude, wazige foto is. Aan deze kant van het water is het niet anders. De boulevard ziet er parkachtig uit. Brede perken met keurige wandelpaden en de dagelijkse zorg van de plantsoenendienst die in de nacht of de vroege ochtend het gras en de struiken besproeit, opdat het er niet in drie dagen uit zal zien als een verdorde, vergane en droge woestenij. De mensen die aan deze waterkant wonen betalen de prijs voor het uitzicht op groen en sappig gras, waarop olijfbomen hun vette grijsgroene blad onthullen en waarin hun vruchten als lustige jonge borstjes hangen te rijpen.
Hier en daar staan bankjes en dagelijks zie je er veel vaste mensen. Hilmi, de man van ergens in de zeventig, die steevast op zijn mondharmonica speelt is er één van. Jaren heeft hij in Duitsland gewerkt als gastarbeider en nu woont hij bij zijn dochter, zijn vrouw is al jaren dood. Altijd als ik hem tegenkom, laat hij me niet na te vertellen dat Religion nicht gut ist en dat das Leben schön ist. Altijd heeft hij een handje ongepelde pinda’s die hij de hondjes voert, niet nadat hij ze zorgvuldig gepeld heeft. In het begin vinden ze Hilmi eng, maar na verloop van tijd wennen ze aan zijn pinda’s en zijn geblaas op zijn harmonica. Uiteindelijk vinden ze het zelfs zo leuk, dat ik Hilmi moet vragen of hij pas wil gaan spelen als we een eindje weg zijn. De honden staan met wiebelende konten van vervoering te luisteren naar de wijsjes die ieder ander hard zou doen doorlopen.
En dan is er Mehmet, de visser die altijd maar weer gebarentaal met mij spreekt, want anders dan Turks spreekt hij niet en ik kom niet verder dan een beleefd goedemorgen en hoe gaat het? Toch hebben we regelmatig gesprekken op handenwapperniveau. Hij is aardig, lacht altijd, aait mijn honden en geeft me zelfs kort voor mijn definitieve vertrek naar Nederland een paar mooie kralenkettingen en zijn kaartje. Kan ik nog een keer bellen of een kattebelletje sturen. Ik schaam me dat ik zijn kaartje kwijt ben geraakt. Hij was één van de weinige mensen die mijn lange dagen in Izmir braken.
Er is die andere visser van wie ik de naam niet ken en die altijd zo goed zorgde voor Arab en Pamuk, de twee zwerfhonden die van het park hun huis hadden gemaakt. Veel mensen joegen ze weg, want honden zijn niet zo geliefd daar, maar hij was heel goed bevriend met die twee, vooral met Arab. En ook mijn eigen hondjes mochten zich altijd verheugen in zijn aandacht. Even lekker rollebollen in het gras met de visser zonder naam en zo nu en dan kregen ze een stukje brood. Dan ben je al gauw hun vriend.
Op een ochtend liep ik daar toen de theeman mij op zijn grote driewieler inhaalde. Hij fietste elke dag langs de vissers met zijn grote theekan achterop zijn fiets. Elke dag stak hij even zijn hand naar mij op, maar die dag, hij was me net een paar meter gepasseerd, stopte hij plotseling en draaide zich zittend op zijn fiets naar me om. Met zijn grootste lach vroeg hij mij: “You speak English?” Wat heerlijk, ik dacht even een praatje te kunnen maken met iemand, iets wat ik daar erg miste, dus ik reageerde meteen met een “Yes sir, I certainly do. How are you?” toen het stil viel. Ik probeerde nog wat korte zinnen op hem uit, maar hij bleef glimlachen en ik glimlachte terug, ook niet wetende wat ik er verder mee aan moest. Uiteindelijk nam hij het initiatief. Hij stak zijn hand op bij wijze van afscheid, zei “hello” en ging er snel weer vandoor. Ik bleef geamuseerd achter: wat een aardige mensen, die Turken.
Check out other blogs here!Edel